Auteur

Kees Tadema

Browsen
Met poncho en regenbroek

Om 05.00 uur vanmorgen stond onze wandelgroep aan de start van een nieuwe trainingsdag. Nog maar een maand te gaan tot de Vierdaagse van Nijmegen, dus de trainingen worden steeds serieuzer. Dat begon vandaag al voordat de eerste stap was gezet.

In plaats van zonnebrand stond ik mezelf namelijk in een regenponcho en regenbroek te hijsen. Dat voelde toch wat vreemd op de eerste dag van de zomer. Gelukkig bleek het slechts een kort optreden van de regen. Na een halfuur mocht de poncho alweer terug in de tas en nam de warmte het stokje over.

We begonnen waar we de vorige keer waren geëindigd: langs de Amstel, de eerste rivier van vandaag. Op dit vroege uur lag alles er nog vredig bij. Terwijl de meeste Amsterdammers zich nog eens omdraaiden in bed, wandelden wij langs de Ringvaart richting het oosten. Met de kortste nacht van het jaar achter ons liet de zon zich al vroeg zien.

Via het Amsterdam-Rijnkanaal bereikten we de Diemerzeedijk en niet veel later de Nesciobrug. Een mooie verwijzing naar schrijver Nescio, wiens pseudoniem uit het Latijn komt en betekent: “ik weet het niet.” Wij wisten het gelukkig wel, want het eerste verzorgingspunt was snel gevonden. De eerste 10 kilometer zaten erop. Daarna volgden we de A1 op gepaste afstand en staken we achtereenvolgens de Diem (rivier 2) en de Gaasp (rivier 3) over.

Langs de Gaasp kwamen mooie herinneringen boven. Tot 1995 woonden wij in Geerdinkhof en op de racefiets heb ik deze omgeving talloze keren verkend. Het leuke van wandelen is dat je plekken uit het verleden nét iets beter in je opneemt. En er is genoeg veranderd sinds die tijd.

Halverwege de route bereikten we het volgende verzorgingspunt aan de zuidkant van de Gaasperplas. Wat is dat deel van Amsterdam Zuidoost mooi opgeknapt. Na 20 kilometer gingen we verder richting Abcoude. Omdat de teller uiteindelijk op 40 kilometer moest uitkomen, was een extra lus in de route opgenomen. Dat klinkt altijd onschuldig tijdens de uitleg vooraf, maar onderweg voelt elke extra kilometer toch verrassend echt.

Bij de volgende stop stonden koffie en gebak klaar. Dat viel uitstekend in de smaak. De bediening leek er halverwege de ochtend alleen zelf ook genoeg van te hebben, want de service kwam wat abrupt tot stilstand. Gelukkig hadden wij nog voldoende energie om verder te gaan. Na de pauze liepen we nog een stukje langs het Gein (rivier 4). Een prachtig Hollands plaatje.

Abcoude

Vervolgens volgden we de Holendrecht (rivier 5), passeerden de A2 en bereikten via de Bullewijk (rivier 6) de Ouderkerkerplas.

Daar wachtte het laatste verzorgingspunt. Met limonade, aanmoedigingen en de geruststellende mededeling dat het “nog maar” zes kilometer was. Wandelaars weten dat het woordje maar een bijzondere betekenis krijgt zodra je de 34 kilometer bent gepasseerd.

De laatste kilometers voerden ons langs natuurgebied, polderlandschap en de A2, die inmiddels als een trouwe maar luidruchtige metgezel was uitgegroeid tot onderdeel van het gezelschap. De warmte deed de rest. Zowel de temperatuur als de laatste kilometers maakten duidelijk dat je 40 kilometer niet cadeau krijgt.

Maar aan het einde van de dag stond er wel weer een mooie 40 kilometer op de teller. De basis voor Nijmegen ligt er. Nu is het vooral een kwestie van onderhouden en blijven lopen.

Eenmaal thuis voelde ik de benen behoorlijk, maar de gebruikelijke klusjes moesten natuurlijk ook nog even gebeuren. Rust heb je na zo’n dag verdiend.

💪 Op naar de volgende wandeling. Nog een stap dichter bij de Vierdaagse van Nijmegen!

Deze zomer ga ik voor het eerst de Nijmeegse Vierdaagse lopen. Vier dagen lang, elke dag 40 kilometer. Een uitdaging die ik eigenlijk te danken heb aan mijn collega’s. Zij daagden me uit om mee te doen, en eerlijk gezegd dacht ik meteen: het is nu of nooit. Mijn pensioendatum komt namelijk steeds dichterbij, en daarna heb ik waarschijnlijk niet meer de luxe van collega’s die me onderweg een beetje op sleeptouw nemen.

Lopen doe ik overigens al langer. Vooral in de zomermaanden trek ik er regelmatig op uit. Op dit moment ben ik zelfs bezig met een deel van de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. Maar de Nijmeegse Vierdaagse is toch iets anders. Veel asfalt, een strak tempo van ongeveer zes kilometer per uur en – in mijn geval – zonder wandelstokken. Dat vraagt dus om gerichte training.

Eerste lessen: blaren

Samen met een paar collega’s heb ik al een oefentocht gedaan van ruim twintig kilometer. Het resultaat was helaas duidelijk: blaren. Inmiddels zijn die gelukkig weer genezen, maar zo’n ervaring maakt wel duidelijk dat je de voorbereiding serieus moet nemen. Je wilt immers niet afgaan tijdens de Vierdaagse – en al helemaal niet vergaan van de spierpijn.

Van plan: 30 km – werkelijkheid: 37,5 km

Voor deze trainingsdag had ik een wandeling van ongeveer dertig kilometer gepland. Het idee was om het rustig aan te doen en onderweg ook een beetje te spelen met mijn drone. Dat levert vaak mooie beelden op voor mijn video’s.

Maar zoals dat vaker gaat met wandelen: de route werd uiteindelijk wat langer dan gepland. Uiteindelijk stond de teller op 37,5 kilometer.

Start in Weesp

Mijn tocht begon in Weesp, waar ik al snel langs de rivier de Vecht liep. Het blijft bijzonder om te zien hoe de oude forten van de Hollandse Waterlinie daar nog altijd staan, alsof ze elk moment weer dienst kunnen doen.

Daarna ging de route verder door de Ankeveense Plassen. Een prachtig gebied waar water, riet en weidse uitzichten elkaar afwisselen. Het is zo’n plek waar je vanzelf een rustiger tempo krijgt, simpelweg omdat je alles goed wilt bekijken.

Pannenkoeken en heide

Onderweg passeerde ik een pannenkoekenrestaurant – altijd een verleidelijke stop tijdens een lange wandeling. Daarna ging het via een wildviaduct verder richting de Crailose Heide, een mooi stukje natuur waar je even vergeet dat je in de Randstad bent.

Via Naarden wandelde ik uiteindelijk verder richting Almere. In Bussum had ik eventueel de trein kunnen pakken, maar dat zou betekenen dat ik door de stad moest lopen. Daar had ik eerlijk gezegd weinig zin in, dus besloot ik gewoon door te gaan.

De laatste kilometers

De laatste etappe liep over de Hollandsebrug richting station Almere Poort. Dat zijn vaak de kilometers waarin je merkt hoe ver je al gelopen hebt. De benen worden zwaarder, maar tegelijkertijd geeft het ook voldoening als je weet dat je het bijna hebt gehaald.

Geen blaren

Eenmaal thuis kwam het moment van de waarheid: de schoenen uit en kijken hoe de voeten eraan toe zijn. Gelukkig had de wandelwol dit keer goed zijn werk gedaan. Geen blaren. Wel moe natuurlijk – na bijna veertig kilometer is dat niet zo vreemd.

Op naar juli

Vier dagen achter elkaar 40 kilometer lopen blijft een serieuze uitdaging. Daar hoort dus nog flink wat training bij. Maar zulke tochten helpen enorm om de conditie op peil te krijgen en om te ontdekken wat wel en niet werkt.

Het enige nadeel van wandelen? Het kost ontzettend veel tijd. Maar daar staat tegenover dat je onderweg zoveel ziet en meemaakt dat het elke minuut waard is.

En eerlijk gezegd: als dit de voorbereiding is op de Nijmeegse Vierdaagse, dan kijk ik nu al uit naar wat er nog gaat komen.

De tocht van vandaag

Heerlijk ontspannen werd ik wakker in Nismes. Samen met Rita ontbeet ik nog een keer; twee keer uitgezwaaid voor foto en video, dankbaar voor de gastvrijheid. De tocht was kort, slechts 7 kilometer naar het station in Couvin – een soort uitlopen. Het was nog steeds onderdeel van de pelgrimsroute. Na een klimmetje van 141 hoogtemeters bereikte ik het schilderachtige plaatsje, waar de trein al voor me klaar stond. Dankzij de NS Internationaal-app was het ticket naar huis zo geboekt. Een voorspoedige reis volgde, met als hoogtepunt het warme welkom van Paula, mijn vrouw.

De blijvende herinnering

Op 18 augustus zou ik met mijn wandelmaat Pieter afreizen naar Spanje om weer een stuk van de Camino te wandelen. De bosbranden in Spanje en de blessure van Pieter dwongen mij om snel een beslissing te nemen. Ik besloot vanaf Thorn de Limburgica op te pakken en zuidwaarts te lopen. En dan… een weg vol verrassingen.

Onderweg ontmoette ik bijzondere mensen: een student van de toneelschool, een schrijver in wording die door de Camino geestelijk herstel vond, een Fransman die filmmaker bleek te zijn en zelfs een monnik die dol is op grapjes in het Frans. Ook liep er een fysiotherapeut een klein stukje met mij mee. Het waren ontmoetingen die soms kort waren, maar vaak indruk maakten.

De route voerde mij door het glooiende Belgische Limburg, langs kastelen en kathedralen in België, door prachtige stukken natuur en langs de Maas die dagenlang mijn trouwe metgezel was. Soms leek het alsof beren uit boomstammen tevoorschijn kwamen, soms voelde het klimmen pittig — maar altijd bracht de weg nieuwe vergezichten en verrassingen.

Wat mij onderweg in België opviel was de gastvrijheid van de mensen. Heel praktisch het ontbreken van zelfscanners in de supermarkten, en helaas ook de vele rotzooi in de bermen. Wandelaars waren schaars, maar dat gaf rust en ruimte voor bezinning. Juist doordat je zo dicht bij de mensen leeft, leer je het land beter kennen en waarderen.

De laatste dagen brachten me in Dinant, Givet en tenslotte naar Couvin, waar ik na een korte etappe de trein naar huis nam. Mijn gastvrouw Rita en haar man Joël in Nismes boden een hartelijke ontvangst met eten, verhalen en zelfs een demonstratie pottenbakken — een prachtig beeld bij het lied van Elly en Rikkert: “zoals klei in de hand van de pottenbakker.”

Na een voorspoedige treinreis werd ik thuis warm ontvangen door Paula. En mijn schoenen? Die krijgen nu eindelijk de gelegenheid om zich van de stank te ontdoen. Een verdiende adempauze, net als ik.

“De Camino eindigt niet waar je stopt met lopen, maar waar je blijft herinneren.”

Buen Camino!

De navigatie had bedacht mij meteen van de Maas weg te sturen. Dat zou nog eens 5 kilometer extra betekenen, bovenop de 26,5 die al gepland stonden – én met meer dan 500 hoogtemeters op de teller. Ik koos mijn eigen route: eerst nog 8 kilometer langs de Maas, om daarna echt afscheid te nemen van deze trouwe reisgenoot.

Zoals zo vaak ging het daarna meteen omhoog. Pittig, maar de beloning waren prachtige vergezichten. Net als in het leven: soms is het de moeite waard om een lastigere route te nemen, omdat die uiteindelijk de mooiste uitkomsten geeft. En juist met dankbaarheid voor God en de mensen om mij heen maakt het dat ik mij een gelukkig mens voel.

In Nismes stond mijn gastvrouw Rita me al op te wachten. Haar eerste vraag: “Wil je een biertje?” – dat had ik deze week nog niet gehoord. En jawel: het was een Leffe! Daarna gedoucht en kennisgemaakt met haar man Joël, die bijna alleen Frans spreekt. Gelukkig hielpen Rita en Google Translate ons een eind op weg.

Het avondeten was keurig verzorgd en bovenal lekker. Na afloop liet Rita me haar pottenbakkersatelier zien. Terwijl ze nog een pot draaide, dacht ik aan het lied van Elly en Rikkert: “Zoals klei in de hand van de pottenbakker.” Een prachtig beeld om deze dag mee af te sluiten.

Morgen wacht de laatste wandeldag – en gelijk weer huiswaarts.

“Zoals klei in de hand van de pottenbakker, zo zijn wij in de hand van God.”

Buen Camino!

Om 7:45 zat ik weer in de kerk, precies op tijd voor het einde van het ochtendgebed. Na het zingen van een lied kreeg ik een zegen bij het beeld van Sint Jacques. De monnik maakte grapjes in het Frans – die ontgingen me grotendeels, maar glimlachend deed ik mee. Het ontbijt was in hetzelfde kamertje als vijftien jaar geleden. Soms verandert er niets, en dat geeft een bijzonder gevoel van herkenning.

Daarna ging ik op pad. De route liep iets hoger dan de Maas en na Dinant volgde een prachtig stuk langs de rivier. Mijmerend zag ik ineens overal beelden: beren die uiteindelijk boomstammen bleken te zijn. Misschien toch een afspraak bij de opticien… of gewoon wat minder drinken onderweg 😉.

Het pad liep soms zó dicht langs de Maas dat één onverwachte beweging genoeg was om erin te belanden. Na de kilometers langs de rivier volgde een bergpad, ruiger dan de afgelopen dagen. Op zulke momenten weet je weer waarom hoge schoenen onmisbaar zijn. Gisteren waren het 268 hoogtemeters, vandaag zelfs 358 – pittig dus.

Sommige uitzichten waren zo mooi dat je ze eigenlijk zou moeten inlijsten. Kijk maar naar de video, daar zie je het zelf. Uiteindelijk bereikte ik Givet, net over de grens in Frankrijk. Daarmee heb ik heel België doorkruist sinds mijn start in Thorn. Ik kan dus officieel zeggen: België overleefd!

Voor velen roept het oude douanegebouw dat ik onderweg tegenkom nostalgie op. Voor mij voelt het bijzonder hoeveel vrijheid de Europese Unie heeft gebracht – misbruik moet je niet regelen met grenzen, maar voorkomen. Zomaar een politiek statement in een wandelblog.

In Givet deed ik mijn best om in de kerk een stempel te krijgen, maar dat is helaas weer niet gelukt. Het hotel was matig, maar het eten voldoende. Morgen gaat de tocht verder naar Nismes – en met de voorspelde warmte betekent dat: vroeg vertrekken.

“Soms is de weg zwaar, maar de vergezichten maken elke stap de moeite waard.”

Buen Camino!

In een herberg heb je altijd aanspraak. Gisteren liep ik ineens een medewerkster tegen het lijf die in hetzelfde kantoorpand op de 19e verdieping werkt. Een bijzondere ontmoeting zo ver van huis.

De ochtend begon ik met een Fransman aan het ontbijt – een professionele filmmaker. Als ik zie hoe hij werkt, lijken mijn vlogs kinderspel. Daarna ging de route van Namen naar Dinant, grotendeels langs de Maas. Ik dacht een stukje af te snijden, maar dat betekende wel 268 hoogtemeters extra. Pittig in de warmte van vandaag.

Gelukkig kon ik overnachten in het pelgrimsverblijf van de abdij. Na een frisse douche ging ik op zoek naar een Leffe – tenslotte heet dit de Onze Lieve Vrouwe-abdij van Leffe. Maar nergens een Leffe te vinden.

Om 18:15 woonde ik de dienst bij. De vele stiltes en de gregoriaanse zang in het Frans staan niet bovenaan mijn voorkeuren, maar toch is het mooi om dit een keer mee te maken. Na afloop at ik samen met de monniken – normaal zijn ze met twaalf, maar een deel was uithuizig. In mijn filmpje ogen ze wat stil; het is dan ook lastig je houding te geven voor een camera.

Morgen ontbijt ik nog een keer gezamenlijk en dan gaat de route verder naar Givet – en daarmee zet ik voet in Frankrijk. Mijn schoenen moeten buiten blijven, want de lucht is niet te harden.

“Soms is de kortste weg de zwaarste, maar ook de leerzaamste.”

Buen Camino!

De dag begon vroeg: om zeven uur stonden er twee grote dienbladen met ontbijt voor mijn deur. Genoeg voor de hele dag, want ook de lunch kon ik ermee vullen. De nacht zelf was niet bijzonder – de aanwezigheid van erotische accessoires in het hotel zorgde eerder voor een glimlach dan voor rust.

In de ochtend bereikte me verdrietig nieuws: in mijn kerk in Almere was ingebroken. De deuren vernield, zomaar, zinloos. Een dief zou moeten weten dat er niets te halen valt in een kerk. Vanuit hier kan ik alleen meeleven met de gemeente en het in gebed bij God brengen.

Vlak voor Namen kwam ik langs een grote tafel waar een paar mensen zaten. Ik mocht aansluiten en kreeg een kopje koffie aangeboden – een warm gebaar van gastvrijheid onderweg. In Namen zelf keek ik mijn ogen uit: een prachtige historische stad, maar ook opvallend veel bedelaars. Misschien ligt dat aan mijn blik, maar het raakte me.

Vanavond slaap ik in Les Auberges Jeunesse, een slaapzaal met drie mannen. Eens zien of ik hén doorsta, of zij mij. Maar eerst wat eten. Morgen gaat de tocht verder, de Maas over, richting het klooster in Dinant. Langzaam maar zeker word ik vrienden met de rivier die me blijft vergezellen.

“Niet de bestemming, maar de reis vormt de pelgrim.”

Buen Camino!

Na een ontbijt op het landgoed ging ik weer op pad, met 29 kilometer in de planning. De ochtend begon miezerig en grijs, maar in de middag klaarde het gelukkig op. Onderweg was er weinig te beleven, behalve dat de uitgestrekte velden me deden denken aan Spanje – bijzonder om dat in België te ervaren.

Op zulke stille dagen merk ik hoe ik mijn wandelmaatje mis. Alleen lopen geeft ruimte voor stilte en bezinning. Juist dan wordt het verlangen groter om alles te delen. Tegelijk merk ik dat het geloof me draagt: de stilte onderweg wordt een plek om mijn gedachten bij God te brengen, en in gebed vind ik rust en kracht om verder te gaan.

Mijn bestemming vandaag was Boneffe, waar ik terechtkwam in een relaxhotel. Tot mijn verrassing stond er een enorme whirlpool midden in de kamer. En ja, als je die luxe ter beschikking hebt, moet je het natuurlijk uitproberen. Een bijzondere afsluiting van een dag die vooral in het teken stond van stilte en rust.

Het voelde vandaag alsof de Heer me leerde dat niet elke dag vol ontmoetingen en verhalen hoeft te zitten. Ook in de stilte gaat Hij met mij mee. Morgen gaat de route naar Namen – een plek waar ongetwijfeld weer meer te beleven zal zijn.

“Wees stil en weet dat Ik God ben.” (Psalm 46:11)

Buen Camino!

Vandaag was het een stuk koeler, perfect wandelweer. Met 26 kilometer toch weer een hele afstand, maar goed te doen bij deze temperatuur. Ik begon de dag met een ontbijt bij Foodiez. Daar ontmoette ik Kennet, die helemaal blij was een camino-ganger te zien. Vijftien jaar geleden raakte hij aan lager wal, maar door het lopen van de Camino vond hij geestelijk herstel. Inmiddels heeft hij zijn verhaal opgeschreven en zoekt hij een uitgever. Een indrukwekkende ontmoeting om mijn dag mee te beginnen.

Na een paar kilometer kwam ik in Rutten. Bij de kerk was het een drukte van belang: overal mensen met een haan bij zich, zorgvuldig opgeborgen in doosjes in het donker. Ze waren daar voor een wedstrijd waarbij gekeken werd welke haan het vaakst kraaide in een uur. Een bijzonder, bijna komisch schouwspel om even bij stil te staan.

De rest van de route verliep rustig. Mijn bestemming was Waremme, waar ik een pelgrimsovernachting had geboekt. Tot mijn verrassing bleek dit een heel landgoed te zijn, gebouwd in de tijd van Napoleon. Omdat er nog tien wielrenners te gast waren, kreeg ik een aparte kamer – een bijna koninklijke overnachting. Het gezamenlijke eten maakte de dag compleet.

Een dag vol verrassingen, van ontmoetingen tot onverwachte taferelen onderweg. En bij de ochtend passend had ik een spreukenkaartje van Paula bij me waarop stond:

“Wees een licht voor een ander.”

Buen Camino!


Vandaag hield ik het rustiger: een etappe van zo’n 20 kilometer naar Tongeren. Voor vertrek haalde ik bij de bakker tegenover mijn hotel belegde broodjes – een simpele start, maar genoeg om de dag door te komen.

Onderweg merkte ik dat het landschap langzaam glooiender begon te worden. Bij het prachtige kasteel Alden Biezen liep ik een stuk samen met een fysiotherapeut die tussen het werken door een dagroute oppakte. Het was fijn gezelschap, en ook daarna gunde ik mezelf meerdere rustmomenten.

In Tongeren aangekomen kreeg ik een stempel in mijn pelgrimspaspoort bij de kerk. Daarna vond ik mijn slaapplek, waar ze me bij ijssalon Mario al hartelijk stonden op te wachten – wat een gastvrijheid! Na een verfrissing wandelde ik nog door het stadje en at voor de verandering Vietnamees.

Mijn uitzicht.

Als ik de dag overdenk, voel ik dankbaarheid. Dankbaar aan God voor wat Hij geeft, en voor de mensen om mij heen die deze reis mogelijk maken.

“Dankbaarheid verandert wat we hebben in genoeg.”

Buen Camino!