Wandelen, eten, slapen
De laatste dag van de Vierdaagse. Vier dagen waar je maanden naar uitkijkt en die vervolgens voorbij lijken te vliegen. Voor mijn gevoel ben ik de afgelopen week volledig uit de pas gelopen met de rest van de wereld. Geen nieuws gevolgd, nauwelijks bezig geweest met wat er buiten de Vierdaagse gebeurde. De wereld werd teruggebracht tot wandelen, eten, slapen en weer wandelen.
Samen naar het eind
Wat op deze laatste dag misschien nog wel het meest opviel, was hoe de groep elkaar droeg. De eerste dag wandel je nog naast elkaar. Op de vierde dag loop je met elkaar. Je ziet onderweg mooie dingen gebeuren. Mensen die even wachten, een arm aanbieden of een grap maken op precies het juiste moment. Zolang de benen nog vooruit willen, wil niemand opgeven.

Zelf voelde ik mij een gezegend man. Natuurlijk waren er pijntjes en vermoeide spieren, maar dat viel in het niet bij wat sommige anderen moesten doorstaan. En dan denk ik met grote waardering aan onze blarenpolitie. Hun dienstbaarheid achter de schermen heeft ervoor gezorgd dat velen van ons gewoon konden blijven lopen. Hun werk wordt misschien niet op de Via Gladiola gevierd, maar zonder hen zouden voor velen de gladiolen buiten bereik zijn gebleven.
Voorwaarts
De dames aan kop hadden de regie stevig in handen. Waar nodig vroegen ze vriendelijk om wat ruimte voor ons peloton, en dat werkte opmerkelijk goed. Pas later hoorden we wat er achter ons gebeurde: steeds meer wandelaars hadden zich bij onze stoet aangesloten. Niet vanwege de uniformen, maar omdat ze ons wandeltempo prettig vonden. Ook daarin zat weer een mooie les verborgen: vriendelijk vragen werkt vaak beter dan duwen.
Tot Mook volgde de route het inmiddels vertrouwde parcours. Het publiek leek zelfs nog wat rustiger dan gisteren. Oma Elly, op haar vaste plek langs de route, was zowat de grootste sensatie van de ochtend. Maar zoals vaker tijdens de Vierdaagse veranderde alles zodra we Cuijk naderden.
Want Cuijk is Cuijk
Daar werd het publiek weer wakker. De muziek speelde, de mensen stonden rijen dik langs de weg en ergens klonk een melodie van Händel die wij in de kerk kennen als U zij de glorie. Dat moment kwam onverwacht binnen. Tussen duizenden wandelaars en toeschouwers voelde ik vooral dankbaarheid. Dankbaarheid voor gezondheid, voor kracht en voor het wonder dat een lichaam blijkbaar meer kan dan je soms denkt.
Misschien lijkt de Vierdaagse daarom ook wel een beetje op het leven. Je oefent, je groeit, je maakt mooie en moeilijke momenten mee. Je ervaart vreugde en pijn, teleurstellingen en overwinningen. Onderweg leer je, val je soms bijna stil, maar uiteindelijk ga je toch weer verder.
Na Cuijk volgde de Maas. Daar lag de imposante pontonbrug van Defensie. Een indrukwekkend bouwwerk waar een eindeloze stroom wandelaars overheen trok. Alsof dat nog niet genoeg was, lieten ook helikopters en straaljagers zich zien. Het gaf de dag iets feestelijks en indrukwekkends tegelijk.
Support
In Malden wachtte opnieuw een verrassing. De dochter van Paula stond langs de route met een grote bos gladiolen. Dat voelde als een prachtig welkom op weg naar de finish. Omdat we de bloemen tijdens het defilé niet konden meenemen, gingen ze mee in de bus. De volgende dag stonden ze thuis op de vaas, als een kleurrijke herinnering aan vier bijzondere wandeldagen. Ze liep bovendien mee naar het rustpunt en kon daar zelf zien hoe goed wij gedurende de week verzorgd werden.
Na die laatste rust verzamelden de verschillende detachementen zich bij De Kluis. Daar sloten wij aan bij honderden collega’s in tenue. Met muziek voorop, paarden ervoor en een enorme menigte langs de kant begonnen we aan de laatste zes kilometer.
De Via Gladiola.
De plek waar iedere wandelaar naar uitkijkt.
Maar zoals bij veel pelgrimstochten blijkt achteraf dat niet alleen de aankomst telt. Juist onderweg gebeurt er iets met de mensen die samen oplopen.
Die laatste kilometers waren geen gewone wandelkilometers meer. Het was meer schrijden dan lopen. De vermoeidheid zat diep en sommige collega’s hadden het zichtbaar zwaar. Op zulke momenten hoor je mensen weleens zeggen: “Ik heb een heel zwaar leven.” Na vier dagen wandelen krijgt zo’n uitspraak ineens een heel andere betekenis. Gelukkig bleek ook nu weer hoe belangrijk de mensen om je heen zijn. Een grap, een aanmoediging of gewoon iemand die even naast je blijft lopen, maakt meer verschil dan je vooraf denkt.

En voor wie ik onderweg per ongeluk op de hakken heb getrapt: mijn excuses. Met honderden wandelaars op een paar vierkante meter en mijn schoenmaat 50 is dat haast onvermijdelijk.
Het publiek was overweldigend. Zoveel mensen langs de kant dat het even voelde alsof we wereldkampioen waren geworden. Overal applaus, muziek, bloemen en aanmoedigingen.
Na het groeten van de officials kwam uiteindelijk het moment waar maanden voorbereiding naartoe hadden geleid.
De finish, missie volbracht
Daar vormden de collega’s die al binnen waren een erehaag voor degenen die nog moesten arriveren. Onder luid applaus werden de laatsten binnengeloodst.
Mensen vielen elkaar in de armen. Emoties kwamen los. Vier dagen afzien, lachen, zweten, volhouden en elkaar helpen kwamen samen in dat ene moment.
Daarna liepen we terug naar ons onderkomen. De rode loper lag uit. De ontvangst was warm en hartelijk. Opnieuw dat gevoel van thuiskomen. Een gevoel dat misschien nog het beste past bij die woorden: het is volbracht.
Vervolgens werden de medailles uitgereikt door het hoofd van de eenheid Amsterdam. Samen aten we nog een maaltijd en later vierden we het einde van een bijzondere week in Nijmegen.
Al met al was het een fantastisch gebeuren.
En zoals iemand onderweg treffend zei:
De blaren ben je na drie dagen kwijt. De herinneringen draag je een leven lang mee.
Als het enigszins mogelijk is, hoop ik er volgend jaar weer bij te zijn.

Dank aan iedereen die heeft geholpen, verzorgd, aangemoedigd en meegeleefd.
De Vierdaagse zit erop.
Maar de herinneringen wandelen nog wel even mee.
1 reactie
Kees een heel mooi verhaal