De levensloop van de familie Tadema door de geslachten heen
De geschiedenis van mijn familie Tadema is er een van hard werken, ondernemerschap en veerkracht. Het begon in 1904, toen mijn overgrootvader, Pieter Cornelis Tadema, zich als voerman vestigde aan het Hellingpad 8 in Burdaard. Wat begon met een paard en wagen, groeide uit tot een innovatief busbedrijf en liet een blijvende indruk achter op de regio.
De Eerste Generatie: Van Voerman naar Bus pionier

Hoewel Pieter Cornelis in Dokkum opgroeide, waren de Tadema’s geen onbekenden in Burdaard. Hij was er geboren, zijn vader was bakker geweest, en zijn grootvader bakte brood in het naburige Wanswerd. Maar Pieter koos een ander pad: in 1922 kocht hij een T-Ford busje met plaats voor twaalf personen en startte een lijndienst van Burdaard naar Leeuwarden. Daarmee zette hij een trend die zijn tijd ver vooruit was. Een grappig detail is dat Auto-onderneming P. Tadema telefoonnummer 4 had, zo weinig aansluitingen waren er.

De busdienst was een succes, vooral op vrijdagen wanneer de stad vol klanten en marktlui was. Pieter voerde niet alleen lijndiensten uit, maar verzorgde ook gezelschapsritten, rouw- en trouwvervoer. In 1927 kreeg hij officieel een concessie voor zijn lijndienst, en het bedrijf groeide verder met de komst van zijn zonen Kees en Pieter in de onderneming. De “Firma P. Tadema en Zonen” maakte naam in de regio, met grotere bussen, een benzinepomp en zelfs taxi- en ziekenvervoer. In 1938 kochten ze een Chevrolet.
Oorlogsjaren en Tegenslag
Het jaar 1939 bracht een belangrijke verandering: het familiebedrijf werd verkocht aan de Noord-Oost-Friesche Autobusonderneming (NOF). Het werd steeds moeilijker voor kleinere bedrijven om zelfstandig te blijven in een snel groeiende markt. De gebroeders Tadema traden in dienst van de NOF, en een van hun bussen bleef gestationeerd in Burdaard. Niemand kon toen vermoeden dat de Tweede Wereldoorlog op het punt stond uit te breken.
Tijdens de oorlogsjaren bleven mijn familie en het busbedrijf dienstbaar aan de omgeving, maar deze periode bracht ook grote verliezen. De familie werd getroffen door ziektes die via het vervoer verspreid werden. In 1945 overleden Pieter (22) en Jacob (19), twee van de zonen, aan een ziekte die hen fataal werd. Mijn pake en zijn zoon Eelke werden ook ernstig ziek en moesten in quarantaine. De dood van Pieter en Jacob raakte het gezin diep. Mijn vader vertelde later dat hij jaren na de oorlog nog in zijn slaap om zijn tweelingbroer Jacob riep. Het verlies drukte zwaar op de familie, maar het geloof in God hield hen overeind.
Nieuwe Generaties en Sterke Verbondenheid

Mijn grootouders, Kees Tadema en Aafke Talsma, trouwden in 1920 en kregen zes kinderen. Het leven in Burdaard was eenvoudig, maar vol warmte en gemeenschap. Mijn grootvader herinner ik me als een grote man met spierwit haar en een opgewekte kijk op het leven. Mijn grootmoeder Aafke, altijd liefdevol en met een prachtige bos lang haar, leerde mij woordjes Fries door me een plakje ontbijtkoek te geven als ik het netjes in het Fries vroeg.
Mijn vader Romke groeide op in Burdaard en trouwde in 1951 met mijn moeder, Riemke Attema, die uit een boerenfamilie in Hallum kwam. Het verhaal van mijn ouders is er een van doorzettingsvermogen en geloof. Mijn vader werkte als automonteur, vertegenwoordiger en uiteindelijk als kassier bij de ABN AMRO Bank. Hij reisde door de noordelijke provincies, maar op vrijdag maakte hij steevast een tussenstop bij zijn moeder in Burdaard.

Mijn ouders verhuisden vaak, maar hun verbondenheid bleef onveranderd. Ze deelden verhalen over hun jeugd, over onderduikers op de boerderij van mijn moeder en mijn vaders herinneringen aan het busbedrijf. Die verhalen vormen de basis van wie wij zijn en hoe wij het leven tegemoet treden. Mijn 3 zussen en ik kijken liefdevol terug naar onze ouders.
Herinneringen en Erfenis
De geschiedenis van de Tadema’s is een verhaal van vallen en opstaan, van dromen die werkelijkheid werden en van de kracht die ons door God gegeven werd om door te gaan. Het verlies en de tegenslagen in de oorlog hebben ons gevormd, maar ze hebben ons ook geleerd om dankbaar te zijn en altijd naar boven te kijken.
Op de grafsteen van mijn grootouders staat een Bijbeltekst uit Openbaringen 14:13:
“Ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: ‘Schrijf op: “Gelukkig zijn zij die vanaf nu sterven in verbondenheid met de Heer.”’ En de Geest beaamt: ‘Zij mogen uitrusten van hun inspanningen, want hun daden vergezellen hen.’”
Deze woorden zijn niet alleen een herinnering aan hun geloof en kracht, maar ook een opdracht aan ons: om in verbondenheid met elkaar en met God te leven. Hun inspanningen en nalatenschap leven voort in ons, de generaties die na hen kwamen. Ik ben trots op mijn afkomst en deel dit verhaal, niet alleen om de geschiedenis van mijn familie levend te houden, maar ook om het geloof door te geven, van geslacht op geslacht, als een onbreekbare keten van hoop en verbondenheid.

