De dag begon vroeg: om zeven uur stonden er twee grote dienbladen met ontbijt voor mijn deur. Genoeg voor de hele dag, want ook de lunch kon ik ermee vullen. De nacht zelf was niet bijzonder – de aanwezigheid van erotische accessoires in het hotel zorgde eerder voor een glimlach dan voor rust.

In de ochtend bereikte me verdrietig nieuws: in mijn kerk in Almere was ingebroken. De deuren vernield, zomaar, zinloos. Een dief zou moeten weten dat er niets te halen valt in een kerk. Vanuit hier kan ik alleen meeleven met de gemeente en het in gebed bij God brengen.

Vlak voor Namen kwam ik langs een grote tafel waar een paar mensen zaten. Ik mocht aansluiten en kreeg een kopje koffie aangeboden – een warm gebaar van gastvrijheid onderweg. In Namen zelf keek ik mijn ogen uit: een prachtige historische stad, maar ook opvallend veel bedelaars. Misschien ligt dat aan mijn blik, maar het raakte me.

Vanavond slaap ik in Les Auberges Jeunesse, een slaapzaal met drie mannen. Eens zien of ik hén doorsta, of zij mij. Maar eerst wat eten. Morgen gaat de tocht verder, de Maas over, richting het klooster in Dinant. Langzaam maar zeker word ik vrienden met de rivier die me blijft vergezellen.

“Niet de bestemming, maar de reis vormt de pelgrim.”

Buen Camino!

Laat een reactie achter