Categorie

Nederland

Categorie

Deze zomer ga ik voor het eerst de Nijmeegse Vierdaagse lopen. Vier dagen lang, elke dag 40 kilometer. Een uitdaging die ik eigenlijk te danken heb aan mijn collega’s. Zij daagden me uit om mee te doen, en eerlijk gezegd dacht ik meteen: het is nu of nooit. Mijn pensioendatum komt namelijk steeds dichterbij, en daarna heb ik waarschijnlijk niet meer de luxe van collega’s die me onderweg een beetje op sleeptouw nemen.

Lopen doe ik overigens al langer. Vooral in de zomermaanden trek ik er regelmatig op uit. Op dit moment ben ik zelfs bezig met een deel van de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. Maar de Nijmeegse Vierdaagse is toch iets anders. Veel asfalt, een strak tempo van ongeveer zes kilometer per uur en – in mijn geval – zonder wandelstokken. Dat vraagt dus om gerichte training.

Eerste lessen: blaren

Samen met een paar collega’s heb ik al een oefentocht gedaan van ruim twintig kilometer. Het resultaat was helaas duidelijk: blaren. Inmiddels zijn die gelukkig weer genezen, maar zo’n ervaring maakt wel duidelijk dat je de voorbereiding serieus moet nemen. Je wilt immers niet afgaan tijdens de Vierdaagse – en al helemaal niet vergaan van de spierpijn.

Van plan: 30 km – werkelijkheid: 37,5 km

Voor deze trainingsdag had ik een wandeling van ongeveer dertig kilometer gepland. Het idee was om het rustig aan te doen en onderweg ook een beetje te spelen met mijn drone. Dat levert vaak mooie beelden op voor mijn video’s.

Maar zoals dat vaker gaat met wandelen: de route werd uiteindelijk wat langer dan gepland. Uiteindelijk stond de teller op 37,5 kilometer.

Start in Weesp

Mijn tocht begon in Weesp, waar ik al snel langs de rivier de Vecht liep. Het blijft bijzonder om te zien hoe de oude forten van de Hollandse Waterlinie daar nog altijd staan, alsof ze elk moment weer dienst kunnen doen.

Daarna ging de route verder door de Ankeveense Plassen. Een prachtig gebied waar water, riet en weidse uitzichten elkaar afwisselen. Het is zo’n plek waar je vanzelf een rustiger tempo krijgt, simpelweg omdat je alles goed wilt bekijken.

Pannenkoeken en heide

Onderweg passeerde ik een pannenkoekenrestaurant – altijd een verleidelijke stop tijdens een lange wandeling. Daarna ging het via een wildviaduct verder richting de Crailose Heide, een mooi stukje natuur waar je even vergeet dat je in de Randstad bent.

Via Naarden wandelde ik uiteindelijk verder richting Almere. In Bussum had ik eventueel de trein kunnen pakken, maar dat zou betekenen dat ik door de stad moest lopen. Daar had ik eerlijk gezegd weinig zin in, dus besloot ik gewoon door te gaan.

De laatste kilometers

De laatste etappe liep over de Hollandsebrug richting station Almere Poort. Dat zijn vaak de kilometers waarin je merkt hoe ver je al gelopen hebt. De benen worden zwaarder, maar tegelijkertijd geeft het ook voldoening als je weet dat je het bijna hebt gehaald.

Geen blaren

Eenmaal thuis kwam het moment van de waarheid: de schoenen uit en kijken hoe de voeten eraan toe zijn. Gelukkig had de wandelwol dit keer goed zijn werk gedaan. Geen blaren. Wel moe natuurlijk – na bijna veertig kilometer is dat niet zo vreemd.

Op naar juli

Vier dagen achter elkaar 40 kilometer lopen blijft een serieuze uitdaging. Daar hoort dus nog flink wat training bij. Maar zulke tochten helpen enorm om de conditie op peil te krijgen en om te ontdekken wat wel en niet werkt.

Het enige nadeel van wandelen? Het kost ontzettend veel tijd. Maar daar staat tegenover dat je onderweg zoveel ziet en meemaakt dat het elke minuut waard is.

En eerlijk gezegd: als dit de voorbereiding is op de Nijmeegse Vierdaagse, dan kijk ik nu al uit naar wat er nog gaat komen.