Kees Tadema

Overdrachtsbelasting


Verlaging van de overdrachtsbelasting op woningen (OVB) maakt de woningmarkt toegankelijker en geeft een duurzame economische impuls, stellen de kamerleden Leen van Dijke en André Rouvoet aan de vooravond van de behandeling van het belastingplan in het jaar 2002. Ik sluit mij graag aan bij hun stelling en werk dat hier wat verder uit.

De huidige systematiek bij levering van vastgoed is dat er 6% OVB wordt betaald. Als vastgoed binnen een halfjaar weer wordt doorgeleverd aan een ander dan kan de OVB worden teruggevraagd.
 
Probleempunten OVB
Het huidige systeem van OVB heeft de volgende probleempunten:
  • Voor de burger is het betalen van OVB een belemmering om door te stromen naar een andere woning. De mogelijkheid om te verhuizen - omdat de gezinssituatie is veranderd of het werkadres is gewijzigd - wordt door deze financiële barrière negatief beïnvloed.
  • De teruggave van OVB is een faciliteit die vastgoedhandelaren goed uitkomt, terwijl zij met hun handel vaak flinke winsten behalen.
  • De Rijksoverheid kan deze belastinginkomsten van 4,4 miljard niet missen.
 
Aanpak criminele zelfverrijking
De handel in vastgoed blijkt steeds meer in handen van personen te komen die in verband worden gebracht met criminaliteit. Vele publicaties zijn hierover verschenen. Miljarden euro’s worden per jaar verdiend aan vastgoedtransacties. Een van de methoden is om – vaak op dezelfde dag – vastgoed in verschillende handen te laten overgaan. De prijs van het vastgoed kan zo op dezelfde dag flink in waarde toenemen. Door kunstmatig de waarde op te kloppen, kunnen de criminelen een ogenschijnlijk legale winst tonen. Door het inzetten van ‘vrienden’ en stromannen kunnen zij zo hun verdiensten uit criminele activiteiten witwassen. Dit komt veelvuldig voor. Ik vind ongebreidelde zelfverrijking een ongewenst maatschappelijk verschijnsel.
 
Voorstel tot wijziging
Mijn voorstel is om het systeem van de OVB als volgt te wijzigen. De OVB wordt alleen geheven over de waardestijging (winst) bij verkoop bij de verkoper. De verkoper telt de kosten die gemaakt zijn voor de aanschaf en verbetering van de woning op en trekt deze van de verkoopprijs af. Bij een negatief saldo (waardevermindering) wordt er geen belasting geheven. Bij een positief saldo (waardestijging) is de af te dragen overdrachtsbelasting voorts afhankelijk van de periode tussen de aan– en verkoop.
Het percentage van de OVB over de winst bij verkoop neemt daarbij jaarlijks af.
Bij verkoop binnen een jaar is het OVB-percentage 50% over de winst, elk jaar later neemt het percentage met bijvoorbeeld 10% af. Of er een minimum tarief overblijft, is afhankelijk van hoe de rekensom op macroniveau uitpakt. Voor de huidige woningen, die langer dan 5 jaar in bezit zijn, moet een overgangswaarde worden vastgesteld. Daarbij denk ik aan de WOZ-waarde van 5 jaar terug.
 
Voordelen van dit voorstel
De voordelen van deze methodiek zijn ondermeer de volgende.
  • Voor de burger is het mogelijk om goedkoper door te stromen naar een andere woning. De winst zal bij normale marktomstandigheden over een korte bezitsperiode niet extreem zijn. Daardoor valt de te betalen OVB stukken lager uit.
  • De drempel om te verhuizen dichter naar je werk wordt lager, dit kan aanzienlijke hoeveelheid woon-werk kilometers schelen. Dit scheelt tijd en geld en komt het gezinsleven ten goede.
  • Vastgoed gebruiken om in korte tijd geld wit te wassen wordt zo een erg dure methode en zal daarom minder voorkomen.
  • De vastgoedmarkt wordt doorzichtiger omdat ‘snel geld maken’ niet meer interessant is. Het wordt weer echt beleggen.
  • Het laten uitvoeren van verbeteringen in de woning door zwartwerkers wordt minder interessant, omdat bij het vaststellen van de kostprijs de facturen van de verbeteringen overlegd moeten kunnen worden.
Financiering
De financiële nadelen voor de overheid kunnen worden gecompenseerd door mijn voorstel inzake hypotheekrenteaftrek uit te voeren.

 
Dit artikel heb ik op persoonlijke titel geschreven.